Toevallige tekens: kruis, mol, herstellingsteken
Muziektheorie · De noten en de notenbalk · Niveau 2 · 10 min
Tussen twee naburige pianotoetsen (wit of zwart) ligt een halve toon (in het Engels half step), de kleinste afstand in de westerse muziek. Toevallige tekens verhogen of verlagen een noot met één of twee halve tonen.
| Teken | Naam | Effect |
|---|---|---|
| ♯ | kruis | verhoogt de noot met een halve toon |
| ♭ | mol | verlaagt de noot met een halve toon |
| ♮ | herstellingsteken | heft een toevallig teken op: terug naar de „natuurlijke” noot |
| 𝄪 | dubbelkruis | verhoogt met twee halve tonen (een hele toon) |
| 𝄫 | dubbelmol | verlaagt met twee halve tonen |
Op het toetsenbord is Fis (F♯) de toets direct rechts van F (een zwarte toets); Bes (B♭) is de toets direct links van B. Let op: de naburige toets is niet altijd zwart. Tussen E en F, en tussen B en C, zit geen zwarte toets. Eis (E♯) is dus de witte toets F, en Ces (C♭) de witte toets B!
Op papier
We zeggen „Fis” (de noot met het kruis erbij), maar we schrijven het teken vóór de noot, op dezelfde lijn of in dezelfde tussenruimte, zodat het oog het ziet voordat je speelt.
M:4/4 L:1/4 Q:1/4=80 K:C F ^F G2 | B _B A2 | ^F F =F2 | ^^F2 __B2 |]
Luister naar maat 3: de tweede F is nog steeds Fis, ook al staat er geen teken voor. Het herstellingsteken brengt daarna de gewone F terug.
Hoelang geldt een toevallig teken?
- Een toevallig teken vóór een noot geldt tot het einde van de maat, voor elke noot op dezelfde hoogte.
- Het geldt alleen voor noten in hetzelfde octaaf (een hoge Fis maakt de F van de linkerhand niet tot Fis).
- Het wordt opgeheven door de maatstreep, tenzij de noot over de maatstreep heen is overgebonden.
- De tekens van de voortekening (aan het begin van elke regel) gelden voor het hele stuk en in elk octaaf – die bestuderen we bij de toonladders.
← Octaven en registers: C4 of Do3? · Enharmonie: één klank, meerdere namen →