De vier drieklanken

Muziektheorie · Akkoorden · Niveau 2 · 10 min

Een akkoord bestaat uit minstens drie verschillende toonhoogtes die samen klinken. Het eenvoudigste en belangrijkste van allemaal is de drieklank: drie noten in tertsen gestapeld. De noot waarop hij gebouwd is, is de grondtoon; daarboven komen de terts en de kwint.

Op het toetsenbord betekent „tertsen stapelen”: om de andere witte toets. C–E–G, D–F–A, E–G–B… Zet je rechterhand neer met vingers 1-3-5 en je speelt al een drieklank.

Vier soorten, twee tertsen

Er zijn twee soorten tertsen: de grote terts (4 halve tonen, C→E) en de kleine terts (3 halve tonen, C→Es). Combineer je die twee bouwstenen, dan krijg je precies vier drieklanken:

DrieklankOnderste tertsBovenste tertsKwintOp C
Majeurgroot (4)klein (3)rein (7)C – E – G
Mineurklein (3)groot (4)rein (7)C – E♭ – G
Verminderdklein (3)klein (3)verminderd (6)C – E♭ – G♭
Overmatiggroot (4)groot (4)overmatig (8)C – E – G♯

De getallen tussen haakjes tellen de halve tonen vanaf de onderste noot. Luister naar elk akkoord:

C-groot: helder en stabiel.

c-klein: donkerder, weemoedig. Alleen de terts is veranderd!

C verminderd: gespannen en onstabiel, hij „wil” ergens anders heen.

C overmatig: vreemd en zwevend, als een vraag zonder antwoord.

Hier staan de vier drieklanken na elkaar op de notenbalk:

M:4/4
L:1/2
K:C
"C"[CEG]2 | "Cm"[C_EG]2 | "Cdim"[C_E_G]2 | "C+"[CE^G]2 |]
Tip: onthoud dat de terts beslist tussen majeur en mineur, en de kwint tussen „gewoon”, verminderd en overmatig. Majeur en mineur delen dezelfde reine kwint.
Veelgemaakte fout: denken dat een mineurakkoord „zwarte toetsen bevat”. d-klein (D–F–A) bestaat volledig uit witte toetsen, terwijl D-groot (D–Fis–A) er een zwarte heeft. Het zijn de intervallen die tellen, niet de kleur van de toetsen.

Ontdek

Kies een grondtoon en een soort, luister en vergelijk:

✓ Doe de quiz van de les

← Versieringen: triller, mordent, dubbelslag, appoggiatura · Drieklanken bouwen op het toetsenbord →