Septiemakkoorden, arpeggio’s en jazz-bossa-comping
Gitaar · Theorie op de greepplank en oefenroutine · Niveau 5 · 16 min
Septiemakkoorden zijn de taal van jazz en bossa nova. Vier soorten volstaan om te beginnen:
| Akkoord | Formule | Voorbeeld | Kleur |
|---|---|---|---|
| maj7 | 1 3 5 7 | Cmaj7: C E G B | zacht, stralend |
| 7 (dominant) | 1 3 5 ♭7 | G7: G B D F | gespannen, wil oplossen |
| m7 | 1 ♭3 5 ♭7 | Dm7: D F A C | weemoedig, zacht |
| m7♭5 | 1 ♭3 ♭5 ♭7 | Bm7♭5: B D F A | onstabiel, mineur |
Bossa-comping
De duim speelt grondtoon en kwint op tel 1 en 3, terwijl de vingers het akkoord gesyncopeerd tokkelen. Luister naar João Gilberto: zijn rechterhand is een kleine slagwerksectie.
M:4/4 L:1/8 Q:1/4=96 K:Am clef=treble-8 "Am7"[A,EGc]2 [EGc]2 E, [EGc]2 [EGc] | "Dm7"[DAcf]2 [Acf]2 A, [Acf]2 [Acf] | "G7"[G,GBf]2 [GBf]2 D [GBf]2 [GBf] | "Cmaj7"[CEGB]2 [EGB]2 G, [EGB]2 [EGB] |]
Arpeggio’s
De noten van een akkoord één voor één spelen, omhoog en omlaag binnen een positie, is het arpeggio ervan spelen. Bij het improviseren garandeert het arpeggio van het huidige akkoord „juiste” noten op de sterke tellen; de toonladder verbindt ze.
← Intervallen en drieklanken op de greepplank · Oefenroutine en gezondheid van de gitarist →