Tellen en het tempo vasthouden

Gitaar · Eerste noten · Niveau 1 · 10 min

Op de gitaar is ritme belangrijker dan noten: een foute noot valt soms niet op, een verloren tel hoor je meteen. Maak er een gewoonte van om hardop te tellen en met een metronoom te spelen.

Voet en hand

Tik met je voet op elke tel. Bij achtste noten gaat de aanslaghand omlaag op de tel („1”) en omhoog tussen de tellen („en”). Ook als ze de snaren niet raakt, houdt ze die slingerbeweging aan: dat is het geheim van een gelijkmatig slagritme.

M:4/4
L:1/8
Q:1/4=72
K:C clef=treble-8
"C"[CEGce]2 [CEGce]2 [CEGce]2 [CEGce]2 | [CEGce] [CEGce] [CEGce] [CEGce] [CEGce]2 [CEGce]2 | "G"[G,B,DGBg]2 [G,B,DGBg] [G,B,DGBg] [G,B,DGBg]2 [G,B,DGBg] [G,B,DGBg] | "C"[CEGce]8 |]

Rusten

Een rust duurt even lang als de overeenkomstige noot. Op de gitaar moet je ze maken: leg de handpalm van je aanslaghand op de snaren, of laat de druk van de greephand los zonder je vingers op te tillen.

Methode: speel een passage in een tempo waarin ze perfect gaat, verhoog met 4 tellen per minuut, herhaal. Valt ze uit elkaar, ga dan 8 terug.

✓ Doe de quiz van de les

← De bassnaren en de eerste positie · Eerste akkoorden: e-klein, a-klein, E, A, D →