Eerste akkoorden: e-klein, a-klein, E, A, D
Gitaar · Open akkoorden en slagritmes · Niveau 1 · 15 min
Een akkoord is een groep noten die samen klinken. „Open” akkoorden gebruiken losse snaren: ze klinken vol en zijn snel geleerd. Lees de diagrammen alsof de gitaar rechtop voor je staat: verticale lijnen zijn snaren (de 6e links), horizontale lijnen zijn frets; getallen geven de vingers aan, x = snaar niet spelen, o = losse snaar.
Merk op dat E en a-klein precies dezelfde vorm hebben, één snaar verschoven: leer er één en je kent de andere. En e-klein is gewoon E-groot zonder vinger 1.
Een akkoord controleren
- Zet de vingers één voor één neer, op hun toppen, net achter de fret.
- Tokkel elke snaar afzonderlijk van laag naar hoog: elke snaar moet klinken, zonder geratel of gedempte noot.
- Klinkt een snaar gedempt, zoek dan de vinger die ze per ongeluk raakt en buig hem meer.
M:4/4 L:1/4 Q:1/4=60 K:C clef=treble-8 "Em"[E,B,EGBe]4 | "Am"[A,EAce]4 | "E"[E,B,E^GBe]4 | "A"[A,EA^ce]4 | "D"[DAd^f]4 |]
← Tellen en het tempo vasthouden · C, G, F en septiemakkoorden →