Tab, notenschrift en ritme lezen

Gitaar · Aan de slag · Niveau 1 · 12 min

Gitaristen gebruiken drie soorten notatie, vaak samen: de notenbalk, de tabulatuur en ritmestreepjes met akkoordsymbolen.

Tabulatuur

Zes lijnen = zes snaren. De bovenste lijn is snaar 1 (hoge E), de onderste lijn snaar 6 (lage E): zo ziet de speler de gitaar als hij naar beneden kijkt. Het getal geeft de fret: 0 = losse snaar, 3 = derde fret. Getallen boven elkaar speel je samen (een akkoord).

Het zwakke punt van tab: het zegt niets over het ritme. Daarom tonen onze partituren de notenbalk én de tab: lees het ritme bovenaan en de positie onderaan.

M:4/4
L:1/4
Q:1/4=80
K:C clef=treble-8
e f g2 | B c d2 | G A B c | [CEGce]4 |]

De gitaarnotenbalk

Een g-sleutel met een 8 eronder: je leest zoals in de g-sleutel, de gitaar klinkt een octaaf lager. De losse lage E staat drie hulplijnen onder de notenbalk, de losse hoge E in de bovenste tussenruimte.

Ritme

NootDuur (in 4/4)Tellen
Hele noot4 tellen1-2-3-4
Halve noot2 tellen1-2
Kwartnoot1 tel1
Achtste noot½ tel1-en

In songbooks wordt het slagritme vaak genoteerd met streepjes onder de akkoordsymbolen: één streepje = één tel, en het akkoord blijft hetzelfde tot er een nieuw symbool staat. In onze partituren worden de akkoorden als echte noten geschreven, met het symbool erboven.

M:4/4
L:1/4
Q:1/4=70
K:C clef=treble-8
"Am"[A,EAce] [A,EAce] [A,EAce] [A,EAce] | "Em"[E,B,EGBe]2 [E,B,EGBe]2 |]

✓ Doe de quiz van de les

← Je gitaar stemmen · De noten op de hoge snaren →