De noten op de hoge snaren
Gitaar · Eerste noten · Niveau 1 · 12 min
We beginnen met de drie hoge snaren, waarop de meeste eenvoudige melodieën gespeeld worden. De gouden regel van de eerste positie: één vinger per fret (vinger 1 op fret 1, vinger 2 op fret 2, vinger 3 op fret 3).
| Snaar | Los | Fret 1 | Fret 2 | Fret 3 |
|---|---|---|---|---|
| 1e (E) | E | F | (Fis) | G |
| 2e (B) | B | C | (Cis) | D |
| 3e (G) | G | (Gis) | A | (Ais) |
Tussen E en F, net als tussen B en C, ligt maar een halve toon: één fret. Overal elders liggen twee naburige stamtonen twee frets uit elkaar.
M:4/4 L:1/4 Q:1/4=72 K:C clef=treble-8 G A B c | d e f g | g f e d | c B A G |]
Afwisselend i-m
Wissel met de rechterhand op elke noot wijs- en middelvinger af, zoals bij het wandelen: nooit twee keer na elkaar dezelfde vinger. Speel je een melodie met een plectrum, wissel dan neer-op af op achtste noten en speel neerwaartse slagen op kwartnoten.
Zeg een week lang elke nootnaam hardop terwijl je ze speelt: dat is de snelste manier om de greepplank uit het hoofd te leren.
M:4/4 L:1/4 Q:1/4=90 K:C clef=treble-8 e e f g | g f e d | c c d e | e3/2 d/ d2 |]
← Tab, notenschrift en ritme lezen · De bassnaren en de eerste positie →