De gitaar en haar families
Gitaar · Aan de slag · Niveau 1 · 8 min
De gitaar is een instrument met zes getokkelde snaren. Je verkort de trillende lengte van een snaar door ze in te drukken achter metalen staafjes, de frets. Elke fret verhoogt de noot met een halve toon: dat is het principe achter deze hele cursus.
De drie grote families
| Gitaar | Snaren | Hals | Typisch repertoire |
|---|---|---|---|
| Klassiek | Nylon, soepel en zacht voor de vingers | Breed en vlak (≈ 52 mm aan de topkam) | Sor, Tárrega, Bach, bossa nova, flamenco (flamencogitaar) |
| Western (akoestisch) | Staal, helder en luid | Smaller, licht gebold | Liedjes, folk, pop, fingerpicking, akoestische blues |
| Elektrisch | Dun staal, lage spanning | Smal, makkelijke toegang tot de hoge frets | Rock, blues, jazz, funk, metal |
Voor beginners is de klassieke gitaar het zachtst voor de vingertoppen; de westerngitaar past bij je als je liedjes wilt begeleiden; de elektrische heeft een versterker nodig, maar haar lichte snaren zijn makkelijk in te drukken. Alles in deze cursus geldt voor alle drie.
Anatomie
- De kop draagt de stemmechanieken (stemsleutels).
- De topkam scheidt de kop van de hals: het is „fret 0” voor de losse snaren.
- De hals en zijn greepplank, verdeeld in frets. Positiemarkeringen (stippen) zitten op fret 3, 5, 7, 9 en 12.
- De klankkast, met het klankgat en de brug waar de snaren vastzitten.
Snaren en vingers nummeren
De snaren worden genummerd van hoog naar laag: snaar 1 (hoge E, de dunste) zit het dichtst bij de grond als je de gitaar vasthoudt, snaar 6 (lage E, de dikste) het dichtst bij je gezicht. Standaardstemming, van de 6e naar de 1e: E A D G B E.
Linkerhand (greephand): 1 = wijsvinger, 2 = middelvinger, 3 = ringvinger, 4 = pink; de duim blijft achter de hals. Rechterhand (aanslaghand): we gebruiken de Spaanse beginletters p (pulgar, duim), i (índice, wijsvinger), m (medio, middelvinger), a (anular, ringvinger).
M:4/4 L:1/4 Q:1/4=60 K:C clef=treble-8 "^6"E,4 | "^5"A,4 | "^4"D4 | "^3"G4 | "^2"B4 | "^1"e4 |]
In gitaarmuziek draagt de g-sleutel een kleine 8: de gitaar klinkt een octaaf lager dan genoteerd. De tabulatuur onder de notenbalk toont rechtstreeks de snaar en de fret.