Arpeggio’s met p-i-m-a
Gitaar · Spelen met de vingers · Niveau 2 · 12 min
Een arpeggio speelt de noten van een akkoord één voor één. Bij fingerstyle heeft elke vinger van de rechterhand zijn eigen snaar: p voor de bas (snaar 4, 5 of 6), i voor snaar 3, m voor snaar 2, a voor snaar 1. De greephand houdt het hele akkoord vast en laat alles doorklinken.
De rechterhand plaatsen
- De duim staat vóór de vingers, bijna loodrecht op de snaren; hij tokkelt naar beneden.
- De vingers tokkelen naar de handpalm toe, vanuit de knokkel, zonder dat de hand op en neer gaat.
- Leg p, i, m en a op hun snaren voor je begint („planten”): zo vindt de hand haar plaats.
M:4/4 L:1/8 Q:1/4=66 K:C clef=treble-8 "C"C G c e C G c e | "Am"A, A c e A, A c e | "G"G, G B g G, G B g | "Em"E, G B e E, G B e |]
Variaties
Zit p-i-m-a eenmaal goed, probeer dan p-i-m-a-m-i (een stijgende en dalende golf), p-a-m-i (dalend) of p-i-m-i. Elk ervan bereidt een stijl voor: wals, ballade, klassieke muziek.
M:3/4 L:1/8 Q:1/4=80 K:Em clef=treble-8 "Em"E, G B e B G | "Am"A, A c e c A | "D"D A d ^f d A | "B7"B, A B ^f B A |]
Laat de bas doorklinken onder de hoge noten: til nooit een vinger van de greephand op vóór de akkoordwissel.