Het CAGED-systeem
Gitaar · De hals: noten, toonladders en posities · Niveau 4 · 15 min
De vijf open majeurakkoorden C, A, G, E, D zijn ook vijf verschuifbare vormen. Vervang de topkam door je wijsvinger (een barré) en elke vorm schuift over de hals. De vijf vormen volgen elkaar op in deze volgorde, C-A-G-E-D, en bestrijken de hele hals voor elk akkoord.
Voorbeeld: C-groot overal
| Vorm | Frets (ongeveer) | Grondtoon op |
|---|---|---|
| C (open C) | 0 – 3 | snaar 5, fret 3 |
| A | 3 – 5 | snaar 5, fret 3 |
| G | 5 – 8 | snaar 6, fret 8 |
| E | 8 – 10 | snaar 6, fret 8 |
| D | 10 – 13 | snaar 4, fret 10 |
Hieronder twee vormen met barré op fret 3: C als A-vorm en G als E-vorm.
Waarvoor dient het?
- Akkoorden: hetzelfde akkoord in verschillende registers spelen (twee gitaristen verdubbelen niet langer dezelfde vorm).
- Solo’s: elke vorm bevat een box van de majeurtoonladder en een pentatonische box rond het akkoord; je mikt op akkoordtonen.
- Arpeggio’s: als je de noten van een vorm één voor één speelt, krijg je het arpeggio van het akkoord in die positie.
Begin met het verbinden van maar twee vormen: E (barré) en A (barré) – de twee meest gebruikte barrévormen, die je in het volgende hoofdstuk bestudeert.
← De pentatonische toonladder en haar vijf boxen · Power chords en palm muting →