Stephen Heller (1813–1888)
Heller, een Hongaarse pianist die zich in Parijs vestigde en bevriend was met Berlioz en Chopin, schreef expressieve etudes die de brug slaan tussen oefening en romantisch stuk.
Stephen Heller, geboren in 1813 in Pest, trad op als wonderkind, woonde daarna enkele jaren in Augsburg en vestigde zich in 1838 in Parijs. Daar bracht hij de rest van zijn leven door; hij stierf er in 1888.
Teruggetrokken en zonder interesse voor salonvertoon ging hij om met Berlioz, Chopin en Liszt, en schreef hij recensies voor het muziektijdschrift van Robert Schumann; Schumann bewonderde zijn muziek.
Zijn oeuvre is bijna volledig voor piano: karakterstukken (Promenades d'un solitaire, Nuits blanches) en vooral etudebundels – op. 45, 46, 47 en 125 – waarin elk stuk in de eerste plaats een klein poëtisch werk is.
Voor gevorderde beginners is Heller de ideale metgezel tussen Burgmüller en Chopin: hij leert je romantische frasering, stemvoering, beheerst rubato en het expressieve gebruik van het pedaal.