De trappen van de toonladder en hun namen

Muziektheorie · Toonladders en toonsoorten · Niveau 3 · 9 min

Elke noot van een toonladder is een trap, genummerd van I tot VII in Romeinse cijfers (of met cijfers met een dakje: 1̂–7̂). Elke trap heeft een naam en, belangrijker nog, een rol: sommige zijn rustpunten, andere zijn spanningsnoten die ergens naartoe „willen”.

TrapNaamIn C-grootRol
ItonicaChet centrum, „thuis”
IIsupertonicaDnet boven de tonica
IIImediantEhalverwege tonica en dominant; bepaalt majeur of mineur
IVsubdominantFeen kwint onder de tonica; neigt omlaag naar III
VdominantGde tweede pijler, vraagt om terugkeer naar de tonica
VIsubmediantAhalverwege tussen tonica en subdominant, naar beneden toe
VIIleidtoonBeen halve toon onder de tonica: wordt er sterk naartoe getrokken

Ligt trap VII een hele toon onder de tonica (zoals in natuurlijk mineur), dan verliest ze die aantrekkingskracht en heet ze subtonica.

M:4/4
L:1/4
Q:1/4=80
K:C
C D E F | G A B c |]
w: I II III IV V VI VII I

Neigingen

Luister: stop op de leidtoon (B) en je oor eist een C. Het is de sterkste aantrekkingskracht in tonale muziek.

M:4/4
L:1/4
Q:1/4=72
K:C
C E G B | c4 | c B A G | F2 E2 | D B, D2 | C4 |]
  • Stabiele trappen: I, III, V (de noten van het tonica-akkoord).
  • Onstabiele trappen: VII → I (een halve toon omhoog), IV → III (een halve toon omlaag), II → I, VI → V.
Denken in trappen is denken als een muzikant: een melodie „3-2-1” vertelt in elke toonsoort hetzelfde verhaal. Dat is het principe van de relatieve solmisatie (do-re-mi gezongen op de trappen, wat de tonica ook is) en van akkoordanalyse met Romeinse cijfers (I-IV-V-I), die je in deel twee van de cursus tegenkomt.
Let op de namen: „subdominant” betekent niet „net onder de dominant” maar „de dominant aan de onderkant”: IV ligt een kwint onder de tonica, zoals V een kwint erboven ligt.

✓ Doe de quiz van de les

← De majeurtoonladder bouwen · Voortekeningen: in één oogopslag lezen →