Puls, tel en tempo
Muziektheorie · Het ritme · Niveau 1 · 8 min
Als je met je voet meetikt terwijl je naar een liedje luistert, volg je de puls: een reeks regelmatige slagen, als een hartslag. Elke slag heet een tel. Alle ritmische muziek is rond dat onzichtbare raster georganiseerd: noten kunnen meerdere tellen duren of tussen de tellen in vallen, maar de puls zelf blijft gelijkmatig.
Tempo
Het tempo is de snelheid van de puls. Het wordt gemeten in slagen per minuut (BPM). Een metronoomaanduiding zoals ♩ = 60 betekent zestig kwartnoten per minuut, één per seconde. ♩ = 120 is twee keer zo snel.
Probeer de metronoom: zet hem op 60, dan op 90, dan op 120, en klap mee.
Luister nu naar Au clair de la lune, een Frans kinderliedje. Tel hardop „1, 2, 3, 4” mee: elke kwartnoot duurt één tel, elke halve noot twee, de hele noot op het einde vier.
M:4/4 L:1/4 Q:1/4=80 K:C C C C D | E2 D2 | C E D D | C4 |] w: 1 2 3 4 1 3 1 2 3 4 1
De belangrijkste tempoaanduidingen
Sinds de 17e eeuw geven componisten het tempo aan met Italiaanse woorden, die over de hele wereld begrepen worden:
| Term | Betekenis | Ong. BPM |
|---|---|---|
| Largo | breed, heel langzaam | 40–60 |
| Adagio | langzaam, op je gemak | 55–75 |
| Andante | in wandeltempo | 75–100 |
| Moderato | matig | 95–115 |
| Allegro | opgewekt, snel | 115–150 |
| Presto | heel snel | 165–200 |
Om het tempo onderweg te veranderen: ritardando (rit.) of rallentando (rall.) = geleidelijk vertragen; accelerando (accel.) = versnellen; a tempo = terug naar het oorspronkelijke tempo; rubato = soepel, hier een beetje tijd „stelen” en die daar weer teruggeven. Het hoofdstuk „Expressie” bevat een volledige woordenlijst.
← C-sleutels en lezen in alle sleutels · Nootwaarden en rusten →