Hulplijnen en ottava
Muziektheorie · De noten en de notenbalk · Niveau 2 · 8 min
De piano beslaat meer dan zeven octaven, veel meer dan één notenbalk kan bevatten. Om daarbuiten te noteren voegen we boven of onder de notenbalk korte lijnstukjes toe: hulplijnen. Ze werken precies zoals de lijnen van de notenbalk: noten wisselen af tussen „op de lijn” en „tussen twee lijnen”.
In de g-sleutel
M:4/4 L:1/4 K:C C2 A,2 | F,2 z2 | a2 c'2 | e'2 z2 |] w: C A F A C E
Onder de notenbalk: C (1 lijn), A (2 lijnen), F (3 lijnen). Erboven: A (1 lijn), C (2 lijnen), E (3 lijnen). Zie je de symmetrie? C en A komen aan beide kanten terug.
In de f-sleutel
M:4/4 L:1/4 K:C clef=bass E,,2 C,,2 | z4 | C2 E2 | z4 |] w: E C C E
Onder de notenbalk met f-sleutel: E (1 lijn), C (2 lijnen). Erboven: de middelste C (1 lijn), E (2 lijnen).
8va, 8vb en 15ma
Na drie of vier hulplijnen wordt lezen lastig. Dan worden de noten een octaaf lager genoteerd, met een van deze tekens:
- 8va (ottava alta) met een stippellijn boven de noten: speel een octaaf hoger dan genoteerd;
- 8vb (ottava bassa) onder de noten: speel een octaaf lager;
- 15ma (quindicesima): twee octaven hoger;
- loco: terug naar de genoteerde hoogte (vaak volstaat het einde van de stippellijn).
Handige noten om als pianist uit het hoofd te kennen: de C boven de notenbalk met g-sleutel (2 hulplijnen, C6) en de twee C's van de f-sleutel (C2, twee lijnen onder de notenbalk; C4, de middelste C).
← De f-sleutel en de dubbele notenbalk · Octaven en registers: C4 of Do3? →