Begeleiden in de jazz: comping en rootless voicings

· Jazz · Niveau 5 · 22 min

Jazzpianisten zijn meer tijd kwijt aan begeleiden dan aan solo spelen. Comping (van „accompanying” en „complementing”) betekent lichte, ritmische akkoorden neerleggen die de solist ondersteunen en vooruitstuwen. Twee hulpmiddelen zijn onmisbaar: shell voicings (linkerhand alleen) en rootless voicings (als er een bassist meespeelt).

1. Shell voicings

Twee noten in de linkerhand: de grondtoon plus de terts of de septiem. Je kiest zo dat de hand zo weinig mogelijk beweegt: op een ii–V–I wissel je af tussen 1-7, 1-3, 1-7.

M:4/4
L:1/8
Q:1/4=100
K:C
%%staves {RH LH}
V:RH clef=treble
V:LH clef=bass
[V:RH] "Dm7" A2 c2 z c d c | "G7" B4 z2 A F | "Cmaj7" E8 |]
[V:LH] [D,C]8 | [G,,B,,]8 | [C,B,]8 |]

De rechterhand is vrij voor de melodie of de improvisatie. Dit is de basis van elke solo-jazzpianist.

2. Rootless voicings (A-vorm en B-vorm)

Met een bassist hoef je de grondtoon niet te spelen: je vervangt hem door uitbreidingen (noon, terdeciem) die de kleur verrijken. Elk akkoord heeft twee liggingen van vier noten, de A-vorm (terts onderaan) en de B-vorm (septiem onderaan):

AkkoordA-vorm (3-5-7-9 / 3-13-7-9)B-vorm (7-9-3-5 / 7-9-3-13)
Dm7F A C EC E F A
G7B E F AF A B E
Cmaj7E G B DB D E G

Op een ii–V–I wissel je de vormen af: A – B – A (F A C E → F A B E → E G B D) of B – A – B (C E F A → B E F A → B D E G). Telkens bewegen één of twee noten, een halve of hele toon: opvallend soepel.

Hierboven: Dm7 in A-vorm (F A C E). Geen D, en toch hoor je duidelijk een rijk mineurakkoord.

3. Compingritmes

Beuk niet op alle vier de tellen. Comping is een gesprek: een paar goed geplaatste tussenwerpsels, vaak naast de tel. Het basisritme is de „Charleston”: één akkoord op 1, een ander op de „en” van 2.

M:4/4
L:1/8
Q:1/4=120
K:C
%%staves {RH LH}
V:RH clef=treble
V:LH clef=bass
[V:RH] "Dm7" [FAce]3 [FAce] z4 | "G7" [FABe]3 [FABe] z4 | "Cmaj7" [EGBd]3 [EGBd] z4 | z3 [EGBd] z4 |]
[V:LH] D,8 | G,,8 | C,8 | C,8 |]

Hier speelt de linkerhand de bas als referentie; met een bassist neemt de linkerhand de voicings en blijft de rechterhand vrij of verdubbelt ze.

Oefening: drie manieren om te begeleiden

Start de jazzbegeleiding in C.

  1. Shells. Linkerhand alleen: 1-7, 1-3, 1-7 op elke ii–V–I, in hele noten. Daarna in kwartnoten op tel 1 en 3.
  2. A/B-vormen. Linkerhand: rootless voicings A – B – A, in hele noten. Begin dan opnieuw met B – A – B. Hou de voicings rond de middelste C (ongeveer tussen de lage D en de hoge G), anders worden ze troebel of schel.
  3. Charleston. Dezelfde voicings in het Charlestonritme. Varieer daarna: een anticipatie op de „en” van 4, een los akkoord op 2, een maat stilte…
  4. Comping + solo. Linkerhand: voicings in een vrij, spaarzaam ritme. Rechterhand: een lijn op gidstonen (les ii–V–I). Luister of de twee handen elkaar niet voor de voeten lopen.
  5. Transponeer naar F met de jazzbegeleiding in F: Gm7 A = Bes D F A; C7 B = Bes D E A; Fmaj7 A = A C E G.
Veelgemaakte fout: te veel, te luid en te laag compen. Laat ruimte voor de solist, hou de voicings in het middenregister en speel ze zachter dan de melodie.
Om het karakter van akkoorden te horen, oefen je septiemakkoorden herkennen.

✓ Doe de quiz van de les

← Swing: frasering, accenten, articulatie · Partimento: improviseren op een gegeven bas →