De cadenza van een concerto
· Klassieke en vrije improvisatie · Niveau 6 · 22 min
In een concerto van Mozart houdt het orkest tegen het einde van een deel halt op een zwevend akkoord met een fermate. De solist staat er alleen voor: dat is de cadenza, een moment van improvisatie (of voorbereide improvisatie) waarin hij commentaar geeft op de thema's, zijn virtuositeit toont en dan met een triller teruggeeft aan het orkest. Mozart en Beethoven schreven hun cadenza's soms uit, maar de geest bleef die van improvisatie.
De harmonische architectuur
Een klassieke cadenza is één gigantisch, uitgerekt cadensvormend kwartsextakkoord:
- Vertrekpunt: het orkest stopt op C/G (C-groot met G in de bas, het „cadensvormende 6/4-akkoord”). Harmonisch is het een vermomde dominant.
- De reis: de solist verkent, moduleert, citeert de thema's, rijgt virtuoze passages aaneen. Hij mag ronddwalen, maar weet dat hij terug moet.
- De terugkeer: aankomst op het dominantakkoord (G7), vaak met een triller op de 2e trap (D) of op de terts van de dominant.
- De oplossing: de triller eindigt, het orkest valt weer in op het tonica-akkoord.
M:4/4
L:1/8
Q:1/4=80
K:C
%%staves {RH LH}
V:RH clef=treble
V:LH clef=bass
[V:RH] !fermata![ceg]8 | g a b c' d' c' b a | g f e d c B A G | !trill!d6 c d | c8 |]
[V:LH] !fermata![G,,G,]8 | z8 | z8 | [G,,F,B,]8 | [C,,C,]8 |]
Dit skelet van vijf maten bevat alles: het 6/4-akkoord met fermate, een stijgende en dalende toonladder (de „reis” in miniatuur), de triller op D boven G7 en de oplossing op C.
Ingrediënten van de reis
- Citeer een thema uit het deel en versnipper het: hou alleen de eerste drie noten over en laat ze in een sequens stijgen.
- Wissel van toongeslacht: een majeurthema opnieuw spelen in mineur zorgt voor een dramatische verrassing.
- Virtuoze passages: toonladders, gebroken arpeggio's, octaven. Ze dienen als overgang tussen de citaten.
- Stiltes en fermates: het publiek houdt zijn adem in; een goede cadenzaspeler speelt met de verwachting.
- Het dominantorgelpunt: een lang stuk boven een G in de bas bereidt de terugkeer voor.
M:4/4 L:1/8 Q:1/4=88 K:C "C/G" e d c e g f e g | a g f a b a g b | c'2 g2 e2 c2 |]
Hierboven wordt een cel van drie noten (E D C, dalend) in een sequens naar boven gedragen: op G, dan A, dan B. Dat is de eenvoudigste motor om „een cadenza vooruit te helpen”.
Oefening: een cadenza van 30 seconden
Start de balladbegeleiding in C en speel een paar rondes van je menuet (les partimento) of van een eenvoudig thema. Zet de begeleiding dan stil en speel de cadenza alleen.
- Open op het akkoord C/G, fortissimo, met een fermate. Laat het klinken.
- Citeer de eerste twee maten van je thema en herhaal ze dan een terts hoger.
- Versnipper: hou drie noten over en laat ze in een sequens stijgen, steeds sneller.
- Virtuositeit: een toonladder of gebroken arpeggio over twee octaven, tot een hoogtepunt.
- Terugkeer: daal af, vertraag, kom tot rust op het akkoord G7 en tril op D. Sluit de triller af met C-D en dan C, en start de begeleiding opnieuw.
← Partimento: improviseren op een gegeven bas · Vrije improvisatie: een verhaal vertellen →