Slagpatronen
Gitaar · Open akkoorden en slagritmes · Niveau 2 · 12 min
Door aan te slaan wordt de gitaar een gestemd slaginstrument. Alles steunt op een constante slinger van de aanslaghand: omlaag op de tellen, omhoog op de „en”. Daarna kies je wanneer je de snaren raakt en wanneer je ze mist.
Vier essentiële patronen (in 4/4)
| Naam | 1 | en | 2 | en | 3 | en | 4 | en |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kwartnoten | D | D | D | D | ||||
| Achtsten | D | U | D | U | D | U | D | U |
| Pop | D | D | U | U | D | U | ||
| Wals (3/4) | D | D | U | D | U | |||
D = down (omlaag), U = up (omhoog), zoals in de meeste songbooks. Het „pop”-patroon (omlaag, omlaag-omhoog, -omhoog, omlaag-omhoog) is het meest gebruikte in de populaire muziek. Het lastige: op tel 3 gaat de hand omlaag zonder de snaren te raken.
M:4/4 L:1/8 Q:1/4=76 K:G clef=treble-8 "G"[G,B,DGBg]2 [G,B,DGBg] [G,B,DGBg]- [G,B,DGBg] [G,B,DGBg] [G,B,DGBg] [G,B,DGBg] | "D"[DAd^f]2 [DAd^f] [DAd^f]- [DAd^f] [DAd^f] [DAd^f] [DAd^f] | "Em"[E,B,EGBe]2 [E,B,EGBe] [E,B,EGBe]- [E,B,EGBe] [E,B,EGBe] [E,B,EGBe] [E,B,EGBe] | "C"[CEGce]2 [CEGce] [CEGce]- [CEGce] [CEGce] [CEGce] [CEGce] |]
Goed aanslaan
- De beweging komt uit de pols en de onderarm, alsof je water van je vingers schudt.
- Mik bij neerwaartse slagen op de bassnaren; bij opwaartse slagen raak je alleen de 3 of 4 hoogste snaren.
- Leg een licht accent op tel 2 en 4 voor een pop-/rockgroove.
Zonder plectrum sla je omlaag aan met de rugkant van de nagel van je wijsvinger en omhoog met het kussentje van je duim of wijsvinger.
← C, G, F en septiemakkoorden · Akkoorden wisselen zonder te stoppen →