Legato’s met de linkerhand

Gitaar · Klassieke techniek · Niveau 4 · 12 min

Een legato (gebonden noten) laat twee noten klinken met één enkele aanslag van de rechterhand. De greephand laat de tweede noot klinken: de frasering wordt vloeiend, alsof ze gezongen wordt.

  • Stijgend legato (hammer-on): de vinger slaat snel en precies op de snaar, net achter de fret.
  • Dalend legato (pull-off): de vinger tokkelt de snaar bij het loslaten naar de grond toe (of naar boven), zoals een klein pizzicato. De vinger van de doelnoot moet al klaarliggen.

In de partituur wordt een legato aangeduid met een boog tussen twee verschillende noten op dezelfde snaar.

M:4/4
L:1/8
Q:1/4=66
K:Am clef=treble-8
(ef) (eg) (ef) (eg) | (fe) (ge) (fe) (ge) | (Bc) (Bd) (cd) (Bd) | (dc) (dB) (cB) B2 |]

Legato’s in het repertoire

Bij Tárrega (Adelita, Lágrima) drukken dalende legato’s zuchten uit; bij Giuliani en Carcassi maken ze snelle loopjes lichter. In blues en rock zijn hammer-ons en pull-offs de basis van het legatospel.

Beide noten moeten even luid klinken: is de gebonden noot zwak, sla dan sneller (niet harder) of trek de snaar iets meer opzij.

✓ Doe de quiz van de les

← Apoyando en tirando: de twee aanslagen · Klassieke arpeggio’s: Giuliani, Carcassi, Bach →